trainer samen dementievriendelijk
"Dat mensen op straat weten hoe ze iemand met dementie kunnen helpen"

Trainer van het eerste uur

Sjef van Bommel nam deel aan de allereerste ‘Train de trainer’ bijeenkomst van Samen dementievriendelijk en bleek ‘uit het juiste hout gesneden’ te zijn. Hij vertelt over zijn ervaringen met dementie en zijn beweegredenen om trainer bij Samen dementievriendelijk te worden.

Als je je partner verliest aan dementie

Sjef en zijn partner Thom waren dertig jaar samen toen Thom FTD (frontotemporale dementie) kreeg. Hij veranderde langzaam van intelligent en sociaal in een onzekere en opvliegende man. Sjef nam de zorg voor Thom op zich en probeerde, ondanks de twijfel en de frustraties, van hun toekomst nog iets moois te maken. De ervaringen uit die tijd waren de aanleiding voor Sjef om zich aan te melden als trainer bij Samen dementievriendelijk. Hij schreef er een boek over: ‘Ik ben niet kwijt’ (uitgegeven door Prometheus, ISBN13 9789044622171).

trainer samen dementievriendelijk

Ik wilde mensen uitleggen hoe ze om moesten gaan met iemand met dementie. Dat ze iemand moeten nemen zoals die is, ook al heeft die persoon dementie. Dat helpt!

Dat weet niemand!

“In de tijd dat Thom ziek was ontdekte ik hoe belangrijk het was dat mensen wisten hoe je met iemand met dementie omgaat”, vertelt Sjef. “Van de zoektocht naar een kapper die begreep dat je het hoofd van iemand met FTD niet ‘stevig’ moest wassen (en al helemaal niet moest masseren!) tot aan de uitleg aan de kassière bij de supermarkt. Maar mijn allerbelangrijkste ontdekking was er eentje waar ik zelf eigenlijk heel verbaasd over was: Thom was eigenlijk heel gelukkig! Gelukkiger dan ik was…”
“Ik dacht: ‘Dit moet ik andere mensen laten weten, dit weet niemand’.”, zegt Sjef. “Ik wilde mensen uitleggen hoe ze om moesten gaan met iemand met dementie. Dat ze iemand moeten nemen zoals die is, ook al heeft die persoon dementie. Dat helpt!”

Een stukje bewustwording kweken

De trainingen van Sjef verlopen altijd anders en soms doen zich onverwachte situaties voor. “Ik haal de meeste voldoening uit de trainingen voor algemeen publiek”, glimlacht Sjef. “Dat is voor mij het allerbelangrijkst. Dat mensen op straat weten hoe ze iemand met dementie kunnen helpen als dat nodig is. Een stukje bewustwording kweken. Wat is dementie eigenlijk, hoe krijg je het, hoe is het om dementie te hebben. En dan: hoe ga je als ‘omstander’ er mee om.”

trainer samendementievriendelijk

Signalen herkennen en daarop beleid maken

Die aanpak werkt ook prima in trainingen voor medewerkers van bedrijven. Zoals de training voor beveiligers en brandweer. Sjef herinnert zich een deelnemer die vertelde hoe hij bij een mevrouw thuis kwam uitleggen hoe de brandblus apparatuur werkte. Ze luisterde geduldig, maar toen hij de deur uit ging had hij sterk de indruk dat ze al weer vergeten was waar hij voor kwam. Laat staan dat ze nog wist hoe de apparatuur werkte.
“Dat mensen die signalen oppakken en dan samen bedenken wie er nog meer bij zo’n mevrouw over de vloer komt en hoe ze daar gezamenlijk mee om kunnen gaan. Dat vind ik mooi”, vertelt Sjef enthousiast. In een training voor medewerkers van een grote apotheek leverden de deelnemers voorbeelden van mensen met dementie, die medicijnen kwamen halen en dan na een paar uur opnieuw op de stoep stonden. “Dan zie je in zo’n training ineens een bedrijfsbeleid ontstaan”, lacht Sjef. “Medewerkers die een aantekening zetten in het dossier van die patiënt, zodat alle collega’s zien dat hier iets aan de hand is, en de huisarts informeren over hun ervaringen. Prachtig.”

trainer samen dementievriendelijk

Stadsdorpen en binnenbuurten

Ook in zijn privéleven wordt Sjef soms benaderd als men denkt dat er dementie in het spel is. “Ik woon in Amsterdam en ben lid van een stadsdorp. Dat is een initiatief van en voor bewoners in een buurt met het doel modern naoberschap (nabuurschap) te realiseren. Het gaat om ouderen, die onderling willen zorgen dat zij lang actief, gezond en veilig thuis kunnen (blijven) wonen. Het stadsdorp waar ik lid van ben is een coöperatie met ongeveer 450 leden en is verdeeld in binnenbuurten. Pas werd ik gebeld door de voorzitter: hij had gehoord dat in een andere binnenbuurt dan de mijne problemen waren met een bewoonster. Er waren klachten over haar ‘vreemde’ gedrag. Hij wist dat ik ervaring heb met dementie, dus belde hij mij. Maar eigenlijk moet dat niet nodig zijn. In de binnenbuurt van die mevrouw zouden de bewoners zelf iets kunnen doen als ze wisten hoe. Ik zeg: trainingen ‘Goed omgaan met dementie’ voor alle stadsdorpen!”, zegt Sjef.